NLP bij kinderen

Mama, ik ben bang!

De vele opleidingen die ik reeds volgde
om coach te worden hebben mij ook als mama al heel veel gebracht. Van deze blog
ga ik gebruik maken om uit te leggen hoe ik de principes en technieken van NLP
loslaat op mijn gezin in de strijd tegen angsten voor nachtelijke spoken en
monsters, maar evenzeer voor enge situaties of personen die zich overdag durven
te vertonen.

Sta me toe nog even in de theorie te duiken.

NLP is moeilijk uit te leggen, maar ik ga dapper zijn en
toch een poging wagen.

Prikkels komen binnen via onze zintuigen, we verwerken die
prikkels in onze hersenpan en komen met één of andere reactie. Dit kan vanalles
zijn. Niets zeggen of negeren is immers ook reageren. Die “output” zal niet
alleen naar buiten komen, maar ook intern gebeuren, zoals bijvoorbeeld een
bepaald gevoel opleveren (angst, geluk, comfort,…).

NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren) onderzoekt hoe die
interne verwerking van prikkels (die voor iedereen anders is) verloopt en reikt
technieken aan om het programma in een brein te veranderen aan de hand van de
taal.
Wat er extern gebeurt, kunnen we niet veranderen. Hoe we
ernaar kijken, wél!

Als je wil stilstaan bij hoe jouw brein geprogrammeerd is
(hoe jij omgaat met prikkels van binnenuit of buitenaf), sluit je ogen en denk
eens terug aan de laatste keer dat je bijvoorbeeld bang was. Hoe roep je die
herinnering op? In beelden? In geluiden? Kan je terug smaken of geuren
oproepen? Het gevoel oproepen?
Hoe jij ook geprogrammeerd bent, je zal taal gebruiken om te
omschrijven hoe het bij jou is in je hoofd.

Ziezo, NLP in een zéér kleine notendop.
(NLP is veel meer dan dit, maar hiermee weet je voorlopig
voldoende om de tips die volgen uit te proberen.)

Hoe gebruik je NLP nu bij het aanpakken van angsten bij
kinderen?

Voor het gemak gebruik ik hier het voorbeeld van een eng
monster dat mijn dochter ’s nachts wakker houdt, maar je kan eender welk
voorbeeld gebruiken. Een enge dokter of leerkracht, een nieuwe klasgroep, een
nieuwe dansgroep, een donkere straat, kelder of zolder,…

Eerst en vooral, erken de angst van je kind.

Zeg niet “Ssst, daar hoef je toch niet bang voor te zijn.
Monsters zijn niet echt.”. Voor je kind is dat monster wel echt omdat het beeld
echt is.

Stel je kind eerst gerust en zeg dat het veilig is bij jou.

1. Get the picture!

Laat je kind exact omschrijven waar hij of zij bang voor is.
Ga gerust diep door op de details en spreek alle zintuigen aan.

Is het een groot of een klein beest? Hoe groot dan? Welke
kleuren? Staat het stil of beweegt het? Heeft het haar? Tanden? Kleren? Maakt
het een geluid? Waar ruikt het naar? Hoe voelt het aan? Is het dichtbij? Zie je
jezelf ook?

Je kan je kind ook laten tekenen waar het bang voor is, maar
midden in de nacht laat ik dat persoonlijk niet toe als het niet nodig is.

Belangrijk: let er op dat je niets invult voor je kind.
Alleen hun beeld van hun angst is relevant. Het kan goed zijn dat je kind
bijvoorbeeld geen geuren of smaken kan geven. We hebben allemaal voorkeuren in
het gebruik van onze zintuigen.
Er is ook geen juist of fout, dus oordeel niet.

TIP: Als je bij jezelf merkt dat je nogal snel met een
oordeel klaar staat (“paars is toch geen enge kleur?”), geen zorgen, herhaal
dan gewoon letterlijk wat je kind heeft gezegd en je drang om te oordelen zal
al veel kleiner zijn. Bovendien geef je je kind duidelijk aan dat je echt
geluisterd hebt.

2. Change the picture!

Eens je een duidelijk, gedetailleerd beeld hebt van hoe die
angst eruit ziet, kan je met je kind aan de slag. Hoe doe je dat?

Ik leg de bal in het kamp van mijn kind en ik vraag: “wat
zullen we nu met dat grote, paarse, harige monster doen?” (even letterlijk,
maar beknopt herhalen…)
De eerste keren moet je tonen hoe dat gaat en zelf een
aantal suggesties doen, maar eens ze door hebben hoe het werkt, is er geen
stoppen meer aan.

Een paar voorbeelden:

Zullen we dat monster eerst wat kleiner maken? Hoe groot
ongeveer? Zo groot als jij? Of zo groot als je knuffelbeer? Als je pink?

Zullen we z’n haar een andere kleur geven?

De tanden rond maken?

Zullen we hem een onderbroek aandoen? Wat voor onderbroek?

Een hoedje op? Of een gekke zonnebril?

Ik vermoed dat het duidelijk is?

Vertrek van de kenmerken die je kind je gegeven heeft en pas
aan tot het beeld van het monster niet meer eng is. (Als je dit midden in de
nacht moet doen, ga niet te lang door, want dan loop je het risico dat je kind
zo enthousiast is dat er ook niet meer geslapen wordt)

3. Evalueer & bekrachtig

We hebben eerst met ons kind een beeld gevormd van waar ze
bang voor zijn. Nadien hebben we de kenmerken die we hebben gekregen aangepast
tot het beeld niet meer eng was.

Laat je kind nu even stilstaan bij hoe het zich nu voelt.

“Hoe voelt het om niet bang te zijn?”

Bekrachtig ook wat je kind net heeft gedaan, zodat je kind
hier ook zelfvertrouwen uit tankt en leert dat hij of zij dit eigenlijk alleen
aankan.

“Wat is er met dat enge monster gebeurd?”

“Wie heeft dat gedaan?”

“Wat ben jij dapper, zeg.”

Slaapzacht..

“Mama, wat is er?” – de impact van burn-out op het mama-zijn

4 jaar was ze, mijn oudste dochter, toen ik de eerste keer
fysiek crashte. Voor haar ogen. We stonden met z’n twee in de keuken. Ik
smeerde boterhammen na een zware werkdag met mijn oudste dochter naast me,
terwijl haar kleine zus in de living speelde. Ik was uitgeput en opgejaagd
tegelijk, want het zou alweer een lange avond aan mijn laptop worden. Ik kreeg
mijn werk voor geen meter rond en spanningen in mijn team hielden me dag en
nacht bezig. Zo ook op die grijze woensdagavond in de keuken. Dat moment ging
het licht uit in mijn hoofd en konden mijn benen mij opeens niet meer dragen.
Ik zakte letterlijk in elkaar en kon niets anders dan huilen. Mijn dochter
stond naast mij en keek me aan. Haar blik sprak boekdelen. In haar ogen las ik
angst en wanhoop. Wat er de rest van die avond gebeurd is, weet ik niet meer zo
goed, maar die blik heeft me doen beseffen dat ik moest ingrijpen.
Mijn
dochters leren immers van mij hoe het is om een volwassen vrouw te zijn, een
mama te zijn, een collega of baas te zijn,… Het beeld dat ik hen nu
voorschotelde was niet fraai en vooral een goed uitgewerkt hoe-kweek-ik-zo-snel-mogelijk-een-burnout-stappenplan.
Succes gegarandeerd! Dat kon niet de bedoeling zijn.

Na vele maanden (inclusief een tweede crash na een mislukte
comeback op het werk) slaagde ik erin om het roer om te gooien en een gezonder
leven voor mezelf te creëren. Een gezonder
leven
voor mij is een gezonder
voorbeeld
voor mijn meisjes. Dit zijn mijn gouden leefregels:

1.
Back to the future

Bij bepaalde keuzes die ik moet maken, stel ik mezelf een
extra vraag: wat zou ik willen dat mijn dochters doen als ze binnen 25 jaar
eenzelfde keuze moeten maken? Wat zou ik
hen, met wat ik weet, adviseren mochten ze in dezelfde situatie zitten?
Ik
laat mijn keuzes of beslissingen voor een groot stuk bepalen door het antwoord
hierop.

Deze vraag durft natuurlijk al eens een innerlijk conflict
veroorzaken. Neem nu me-time. Enerzijds wil ik nu een heel betrokken en
zorgzame mama zijn die er zoveel mogelijk zelf is voor haar kinderen.
Anderzijds heb ik een enorme drang om tijd alleen door te brengen, om me te
ontplooien, om op stap te gaan met vrienden,… kortom om even geen mama te zijn.

Ik weet intussen dat ik een “betere” mama ben als ik af en toe tijd neem voor
mezelf om te ontladen of op adem te komen. Mijn meisjes zien dat ik af en toe voor
mezelf kies, dat ook benoem en er vooral gezonder van word.

2.
Back to reality

Ik zie veel jonge ouders die worstelen met stressklachten of
een (al dan niet nakende) burn-out en die het bijzonder moeilijk vinden om in
te grijpen in hun situatie. Ze hebben een uitgebreid scala aan redenen om bijvoorbeeld
geen tijd voor herstel te nemen en vooral te blijven deelnemen aan de ratrace. Eén
van de meest populaire is: “Als ik te lang thuis moet blijven, val ik terug op
de mutualiteit. Ik moet elke maand mijn lening kunnen afbetalen, dus dat kan niet!”.
(Toegegeven, het was ook één van mijn excuses om door te gaan)

Dit brengt me bij mijn volgende tip. Elke keer als je iets
zou willen doen, een belangrijke stap wil zetten naar verandering (op welk
domein dan ook), maar je doet opnieuw een gooi naar het wereldrecord excuses
verzinnen, neem dan even een time-out. Stop even met de excuses, zet een stap
achteruit en stel jezelf de vraag: “Is
dat echt zo?
Ga ik echt mijn lening niet meer kunnen betalen als ik voor
een periode terugval op een ziekte-uitkering? Heb ik de rekening al echt
gemaakt?”

Deze vragen bespreek je vaak beter met iemand anders die wat
rationeler is ingesteld en je kan helpen om je excuses aan een degelijke
reality check te onderwerpen.

3.
Take care of yourself!

In mijn eerste tip had ik het al over het belang van
me-time. Me-time is een heel belangrijke pijler als het over zelfzorg gaat. Je kan niet voor iemand anders zorgen als
je zelf niet over de nodige draagkracht beschikt.
Dit principe leggen ze
mooi uit als je op een vliegtuig stapt en kan je gerust doortrekken naar alle
domeinen van het leven.

Intussen ben ik zelf heel bedreven in het inlassen van
momenten voor mezelf, al heeft dat wel wat training gevergd.
Mijn oudste dochter begint dit principe intussen goed te snappen. Ze zondert
zich vaak even af om tot rust te komen als het te druk geweest is voor haar.
Tegenwoordig benoemt ze dat zelf ook al eens als “een momentje alleen zijn om
het terug rustig te laten worden in mijn hoofd”. Als ze om zo’n momenten
vraagt, laat ik haar dat ook zo vaak mogelijk toe.

4.
Look
at the bright side!

Met deze vierde en laatste tip wil ik twee aspecten aanhalen
rond positiviteit. Uit onderzoek blijkt dat positiviteit een zeer gunstig effect heeft op ons brein en onze
veerkracht
. Negatieve emoties houden ons stressmechanisme in stand, terwijl
positieve emoties het stressmechanisme doorbreken. Van nature uit hebben we als
mens echter de neiging om vooral het negatieve te zien en op te slaan in ons
geheugen. Het is dus bijzonder interessant om jezelf te trainen in positief
denken.

Enerzijds doe ik met mijn dochters elke avond een
“meisjesbabbeltje” (de naam hebben zij bedacht…) waarin we onze dag overlopen. We overlopen wat er is gebeurd en
eindigen altijd met wat we het leukste
vonden die dag
. Zo eindigen ze hun dag met iets positief en kunnen ze
rustig gaan slapen.

Naast het stilstaan bij wat positief was die dag, probeer ik
hen ook te leren dat er achter elk
gedrag een positieve intentie zit
. Ik leerde deze stelling kennen tijdens
mijn coachingtraining en heb ze niet meer los gelaten. Er is namelijk een
wezenlijk verschil tussen intentie en gedrag. Wat we (niet) doen of zeggen,
gaat altijd uit van een bepaalde intentie. We willen een gevulde maag, dus we
eten. We willen duidelijkheid, dus we zoeken informatie. We willen op bezoek
bij een vriend, dus we rijden er naartoe. Deze acties zijn vrij neutraal, maar
er zijn heel veel andere acties die verre van neutraal zijn, maar evenzeer van
een positieve intentie uitgaan.
Neem nu bijvoorbeeld een kind dat andere kinderen vaak pijn doet zonder
aanwijsbare aanleiding. Wil dat kind een ander kind gewoon pijn doen? Of wil
het gewoon zelf veilig zijn en “als eerste” pijn doen zodat het anderen bang
maakt en het zelf niet bang moet zijn? Of gebruikt het kind agressie om anderen
af te schrikken zodat het eindelijk rust krijgt?
Er is niets mis met rust of veiligheid willen (= intentie), maar agressie
(=gedrag) is nooit ok. Achter elk gedrag zit een positieve intentie. Zoek de intentie en geef daar een passend
antwoord op!
Dàt probeer ik mijn kinderen te leren door incidenten met hen
te bespreken en het vooral zelf zoveel mogelijk in de praktijk te brengen (bij
mijn kinderen bijvoorbeeld…).

Grenzen stellen: 5 tips die het verschil kunnen maken

Ken je dat “ik ben echt helemaal leeggezogen”-gevoel?
Je weet wel, dat neergeknuppelde gevoel wanneer iemand zijn hart kwam
uitstorten bij jou, opgelucht buiten ging en jou laveloos achterliet? Of
wanneer iemand er in slaagde om een opdracht naar jou door te sluizen terwijl
je “nee” had gezegd of had willen zeggen?
Of ben je meer vertrouwd met de drang om te gaan lopen wanneer je die ene
persoon ziet opdoemen die altijd met jouw tijd en energie gaat lopen?
Thuiskomen na een (veel te lange) werkdag en letterlijk geen pap meer kunnen
zeggen?

Hoe verschillend de voorbeelden ook zijn, het komt steeds
weer op hetzelfde neer.
Je voelt langs alle kanten dat er iets niet klopt, je lijf fluistert of
schreeuwt, maar je slaagt er toch niet in om jezelf te beschermen. Wat moet je
leren om dit tij te doen keren?

Grenzen stellen.
Simple as that.
Of toch niet?

Wat betekent dat eigenlijk, “grenzen stellen”?

Je grenzen geven aan wat voor jou ok is, waar jouw “ruimte”
voor jou stopt en die van een ander begint. Dat kan gaan over hoe dicht iemand
mag komen, hoeveel opdrachten men jou mag geven, hoeveel tijd men mag opeisen,
hoeveel energie je zelf wil of kan geven of hoeveel inspanning je lichaam
aankan. Je kan grenzen stellen op alle mogelijke vlakken.
Grenzen zijn noodzakelijk en gezond. Ze zijn er om jou te
beschermen tegen wie of wat meer vraagt (of zelfs opeist) dan je wil of kan
geven.

Klinkt nog altijd simpel, toch?

Had ik dit twee jaar geleden, in volle burn-out, gelezen,
dan had ik wanhopig geschreeuwd: “Ja, dat is helemaal waar… MAAR DAT GAAT NIET
ZOMAAR!”

Ik werkte in de banksector waar ik een leidinggevende
functie had. De lat lag hoog, de werkdruk was amper houdbaar, de middelen
schaars. Crisis… Ik wilde mijn mensen beschermen tegen nog meer druk en hield
zoveel mogelijk to do’s van bovenaf tegen. Ik gaf aan dat het er niet bij kon,
maar het moest op de één of andere manier toch gedaan worden.

Ik was bang dat ik bestempeld zou worden als onbekwaam, onvoldoende efficiënt
of niet stressbestendig als ik zou herhalen dat het niet kon, dus ik schreef de
to do’s zelf op mijn naam en deed mijn best om op te leveren (waar ik zelden in
slaagde).
Mijn grote probleem was dat ik met een aantal hardnekkige overtuigingen zat die
me gegijzeld hielden. De angst om te falen of teleur te stellen door “nee” te
zeggen nam over.

Nee, grenzen stellen is niet simpel. Echt niet.
Het had heel wat mensen (en niet in het minst mezelf) nochtans heel wat leed
kunnen besparen. Ik ging namelijk zo lang door met te veel geven, dat ik op een
dag echt totaal leeg was en crashte.
Het bedrijf kreeg niets opgeleverd aan kwalitatieve resultaten en mijn team
kreeg de to do’s uiteindelijk toch op hun bureau met een bijzonder krappe
deadline. Tot zover mijn efficiëntie…

Tijdens mijn herstelperiode heb ik me veel beziggehouden met
mijn grenzen. Welke overtuigingen hadden me zo in de problemen gebracht en
vooral, hoe kon het anders?

Laat me jou mijn tips geven.

Eerst en vooral, ken jezelf. Weet wat je wil en wat niet.
Hoeveel uitdaging je aankan en wat teveel is.

Op een gezonde manier grenzen stellen betekent dat ze best flexibel mogen zijn.
De ene dag is de andere niet, de ene context laat meer toe dan de andere, voor
die ene vriend wil je gerust meer doen dan voor de andere…

Verken ook jouw overtuigingen rond grenzen stellen. Waar ben
je bang voor? Wat denk je dat er zal gebeuren als je aangeeft tot waar iemand
mag komen?

Ik was erg bang dat mijn grenzen niet aanvaard zouden worden
door mijn omgeving. Niet onterecht, want mensen waren gewoon dat ze bij mij
altijd terecht konden voor hulp en steun. Dat brengt me bij mijn volgende tip: bekijk grenzen
stellen niet als “nee” zeggen tegen een ander, maar als “ja” zeggen tegen wat
jij nodig hebt
.
Geef aan wat je wél wilt in plaats van wat je niet wilt.

Als je je grenzen voor jezelf hebt gesteld, moet je die ook kenbaar maken en consequent
bewaken
. Een grens die niet is gecommuniceerd, bestaat niet. Voor
ons is die grens de logica zelve, maar voor een ander niet. Clarity first!

Wil je met deze tips aan de slag gaan, begin dan klein. Pak niet direct
het grootste issue aan, maar oefen binnen een veilige context waar de impact
niet al te groot is. Dan heb je minder om bang voor te zijn en een grote kans
op succes.

Voor ik afsluit wil ik nog één ding kwijt.

Als je, net als ik een tijdje geleden, te maken krijgt met
hardnekkige indringers die jouw grenzen systematisch negeren of neerhalen, kan
het zijn dat je maar één optie meer hebt: afscheid nemen.

Of om het met een quote te zeggen:

“If someone
doesn’t respect it when you ask for more space, it’s time to give them more
space, not more time.”

Je hebt recht op je grenzen en je verdient het om ervoor
gerespecteerd te worden.

Hulp nodig?
Meer weten?
Contacteer me gerust via www.lieselotmaes.be!

Iets met bomen en een bos

“Als we geen burn-out
-papa´s, -tantes,- ooms of -buren meer willen, moeten we dringend stoppen met
onze focus op welvaart”

“Burn-out erkend als
beroepsgerelateerde ziekte”

“Burn-out bij jongeren:
“Twintig procent van de mensen tussen 25 en 35 staat moe op””

“Tiende meer langdurig
zieken in eerste jaarhelft”

“Het is niet alleen de
schuld van de baas”

“Een op tien ouders kampt
met ‘parentale burn-out’”

Er is geen ontkennen meer
aan, er is heel wat te doen rond burn-out de laatste tijd. Er wordt naar
oorzaken en schuldigen gezocht bij de werkgevers, de werknemers, de overheid,
het internet, onze kinderen en onze ouders. Voor sommigen wordt burn-out teveel
een containerbegrip, voor anderen is het allemaal één pot nat.
Het burn-outbos woekert er op los.

Bij mij wringt de
definitie van burn-out (voor zover die al eenduidig bestaat).
In de literatuur wordt een burn-out altijd in verband gebracht met het werk.
Niet onlogisch want de meesten onder ons brengen meer tijd door op hun werk (of
op school) dan thuis. De kans dat we overprikkeld of overspannen geraken door
het werk is dus logischerwijs groter.
Voor mij klopt dit echter niet en wordt hier iets over het hoofd gezien.

Stress is iets van het
lichaam. Elke keer we in een situatie terecht komen die we als “onveilig”
bestempelen, zorgt ons lichaam ervoor dat we de stress het hoofd kunnen bieden.
We beschikken allemaal maar over één lichaam (of heb ik iets gemist?) dus we hebben
ook maar één medium dat de stress kan kanaliseren of opkroppen. Eén hoop stress
dus, geen twee of drie of vier… eentje per categorie: een hoopje voor het werk,
een hoopje voor je relatie, een hoopje voor je hobby,… Zo werkt het niet.

Waar de stress ook
vandaan komt, het komt allemaal op dezelfde hoop terecht. Als we niet in staat
zijn om op tijd en stond te ontladen, zal het lichaam overnemen en maatregelen
treffen.
Burn-out gaat voor mij over het aanhoudend onder te veel stress staan, los van
waar de stress vandaan komt.

Dan is er de schuldvraag.
Naar mijn gevoel en ervaring is er nooit één grote schuldige bij burn-out. Ligt
de oorzaak van al die burn-outs bij de huidige bedrijfscultuur waarin cijfers
en centen bovenaan op de prioriteitenlijst staan? Of bij de smartphones en
tablets? Of gaan we toch voor de sociale media die ons een rad voor de ogen
draaien? Of liever de maatschappij die te hoge verwachtingen stelt?
Deze vragen behoeven volgens mij een genuanceerd antwoord.

Neem nu de sociale media.
Het helpt inderdaad niet als je 24u/24u online bent en elk bericht dat de
wereld wordt ingestuurd ziet, hoort of voelt binnenkomen. Op die manier krijgen
je hoofd en lichaam nooit even tijd om tot rust te komen en te recupereren. Je
spiegelen aan het zogezegde perfecte leven van Facebookvrienden is ook niet
bepaald aan te raden, maar moeten we daarmee Facebook en andere social media
afschrijven? Heeft de impact van opgesmukte berichten niet meer met zelfbeeld
te maken (van zowel auteur als toeschouwer)? Met jezelf durven tonen zoals je
bent? Met in je kracht durven staan en je eigen weg durven gaan?

Is het echt zo dat de
maatschappij te hoge verwachtingen stelt? Wie is dat dan, “de maatschappij”?
Dat zijn wij toch gewoon? Er heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd dat ik tot
23u moet werken om niet buiten de maatschappij te vallen. Ik heb lang gedacht
dat het zo hoorde, maar niemand heeft mij dat ooit opgelegd. We leggen de lat
voor onszelf vaak zo hoog omdat we “denken” dat we er anders niet zullen bijhoren.
Willen we dan echt bij een groep horen waar we niet gewoon onszelf mogen of
durven zijn? Waar we niet mogen aangeven waar onze grenzen zijn?

Burn-out is een uit de
hand gelopen stresssituatie. Stress die van verschillende kanten kan komen.
Veel verschillende oorzaken, dus.

Hoe zit dat dan met oplossingen?
Afhankelijk van de bron die je raadpleegt, vind je een breed scala aan
oplossingen voor die vervelende burn-out. Van meditatie en yoga over allerhande
voedingsaanbevelingen tot wetgevingen die bedrijven moeten verplichten van
burn-out een prioriteit te maken. Voor elke mogelijke oorzaak een oplossing.

Ik ben overtuigd dat elke
oplossing zijn meerwaarde heeft, maar niet overal toepasbaar is. Kijk naar wat
er stroef loopt in je organisatie en zoek naar concrete oplossingen op maat die
zullen werken en standhouden. Ga na waar je vastloopt in je leven en wat jou
zal helpen om weer balans te vinden.

Over wat werkt en niet
werkt, kan ik maar één advies geven. Kijk rond, informeer je en probeer uit.
Leg de lat niet te hoog en probeer eens iets nieuws. Of doe eens helemaal
niets. Je zal er moeten induiken om te ontdekken wat werkt en wat niet werkt.
Beide ervaringen kunnen even leerrijk zijn. Het is jouw verhaal, zoek iets dat
past bij jou.

Mijn conclusie?
Burn-out is niet noodzakelijk gerelateerd aan het werk, kan verschillende
oorzaken hebben en dus ook op vele manieren aangepakt worden. Alles is beter
dan vast te zitten, dus beweeg. Take the smallest possible step to start the
movement.

Hoe is het zover gekomen?

Wie mijn andere artikels gelezen heeft, weet intussen dat ik zelf een pracht van een burn-out doorworsteld heb. Een jaar had ik nodig om voldoende te herstellen en nieuwe wegen in te slaan.

Sinds begin april 2016 ben ik professioneel weer actief. Ik heb weer energie, plannen en dromen. Ik ben niet terug de oude en eerlijk gezegd… gelukkig maar. Het is die oude Lieselot die meermaals tegen de muur liep en telkens dacht “goh, ik ga toch nog eens proberen” om er dan weer tegenaan te botsen en te klagen over de builen en de hoofdpijn.

Einstein verwoordde het treffend met zijn definitie van waanzin:

“waanzin is steeds weer hetzelfde doen en toch een ander resultaat verwachten”.

Misschien moest ik de dingen in de toekomst toch maar eens anders beginnen aanpakken.

In het voorjaar kwam ik nog een andere interessante quote tegen, deze keer van Pema Chödrön:

“ Nothing ever goes away until it teaches us what we need to know”.

Ik moest toegeven dat daar wel iets van aan was. Na een jaar ziekteverlof was ik op fysiek en mentaal vlak hersteld. Het emotionele vlak, daar was nog wat werk aan. Ondanks de brief (mail eigenlijk… ook therapie moet mee met z’n tijd) waarin ik al mijn frustraties, woede en onzekerheden van me had afgeschreven, voelde ik nog steeds dat er iets ontbrak om die periode te kunnen afsluiten.

Ik had nog een paar lessen te trekken uit het verleden. Hoe is het toch zover gekomen dat het licht uitging? Wat moet ik precies anders aanpakken of hoe moet die andere aanpak er uitzien?

Ja, hoor. Tuurlijk. Geef maar. Komt in orde. Ik help je wel even.

Op elke vraag die ik kreeg, pikte ik een antwoord uit bovenstaand rijtje. Of ik het er kon bijnemen of niet, was niet relevant. Iemand had hulp nodig, dus ik zei “ja”. Of iemand had geen zin om iets zelf te doen en ik zei ook “ja”. Yep, geen ontkennen aan, ik was (en ben) een “pleaser”.

Ik “please” om niet te ontgoochelen, om erkenning te krijgen en om geliefd te worden. Is het fout om mensen te willen helpen? Nee, tuurlijk niet. Het gaat om balans. De balans tussen geven en nemen. Hulp geven en hulp aannemen.
Om hulp te kunnen bieden moet je voldoende draagkracht hebben en die is niet onuitputtelijk.

Dit please-gedrag bracht me flink in de problemen. Ik liet iedereen mijn agenda overhoop gooien en mijn to do-lijst aanvullen met taken die eigenlijk niet op mijn lijst zouden mogen staan. Maar ik zei overal “ja” op… tot die lijst zo lang was dat ze voor geen meter meer haalbaar was.

Door zolang te focussen op goed doen voor anderen, wist ik zelf niet meer waar mijn grenzen lagen. Ik had dus ook geen idee hoe ik die grenzen kon stellen en bewaken.

Ik bleef doordoen. “Always go the extra mile”. Omdat ik overdag over me heen liet lopen en bovendien de lastige taken voor me bleef uitschuiven, kreeg ik niets gedaan en deed ik ’s avonds en in het weekend verder. En dat ging dan weer ten koste van mijn gezin en mijn huishouden.

Ik sliep steeds slechter, reageerde vaak extreem emotioneel of angstig, had problemen met mijn bloeddruk en ook mijn nek en schouders moesten eraan geloven. Negeren en doorgaan. “Nie neute, nie pleuje”, zeggen we in Gent.

Ik voelde zelf dat deze manier van werken niet kon blijven duren, dus met behulp van een andere coach (die ik trouwens nog een standbeeld verschuldigd ben) begon ik stil te staan bij mijn noden: ondersteuning, begrip, duidelijkheid omtrent mijn prioriteiten, rechtvaardigheid en respect. Ik klopte aan bij mijn management en vond er gehoor… maar niet wat ik zocht.

Ik ging weer door. Ik leverde geen resultaten meer. Wist niet meer wat ik daar nog liep te doen en begon te rebelleren. Proberen overleven. Ik ging door tot er geen doorgaan meer aan was.

Ik hoef je niet uit te leggen wat er gebeurt met een rekker waar je blijft aan trekken. Of toch?

Moegestreden, leeggegeven ging het licht uit.

Die nieuwe aanpak is een “work in progress”.
Eerst en vooral ben ik begonnen met een carrièreswitch op te zetten. Niet meer uitsluitend focussen op cijfers en centen, maar werken met mensen en hen helpen groeien.

Verder heb ik geleerd naar mijn lichaam te luisteren en stresssignalen snel op te pikken zodat ik kan ingrijpen waar en wanneer dat nodig is.

En tenslotte: grenzen. Ik stel bewust mijn grenzen, wat wil zeggen dat ik kritisch kijk naar elke hulpvraag die binnenkomt:

– Moet deze vraag bij mij liggen?
– Heb ik de draagkracht om aan de vraag te voldoen?
– Wil ik op dit moment aan deze vraag voldoen?

Als ik op één van deze vragen “nee” antwoord, doe ik het niet.
Als ik “nee” zeg, gaat dat niet over de hulpvrager, maar over mij en over mijn grenzen.

Grenzen zijn gezond en noodzakelijk, dus zeg ik “nee” als ik “nee” wil zeggen.
No more extra mile.

Vinderhoute, 24/08/2016

Hoe weet ik dat ik klaar ben om terug aan de slag te gaan na burn-out?

Op 2 april 2015 ging bij
mij het licht uit. Opgebrand, leeg, moegestreden. Burn-out.

De maanden die volgden
waren intens. Na mijn verblijf in niemandsland trok ik op kousenvoeten terug
naar de realiteit. Ik ploeterde me een weg door mijn gedachten, mijn
herinneringen, twijfels en dromen en ik kwam uit bij… mezelf. Complex en
eenvoudig tegelijk.

(over de weg die ik hier
aflegde, kan je meer lezen in mijn voorgaande blogposts)

Eén van de vragen waar ik
na een maand of 6 mee begon te worstelen was: “hoe weet ik nu of ik klaar ben
om terug aan de slag te gaan?”.

Ik kwam immers uit een
periode waarin mijn energie chronisch op nul stond en ik niet veel meer kon
doen dan toekijken hoe het gras groeit en het stof naar beneden dwarrelt.
Iedereen drukte me op het hart om voldoende tijd te nemen om te
herstellen. Hoeveel is “voldoende tijd”
dan? En als dat niet gespecifieerd kan worden, hoe zal ik dan weten dat ik
voldoende tijd genomen heb?

Tijd voor een lijstje,
dacht ik zo! Aan welke criteria moet ik voldoen om te kunnen zeggen dat ik
klaar ben om met volle goesting en kracht terug aan het werk te gaan?

Mijn lijstje zag er
ongeveer zo uit:

-Geen paniekaanvallen
meer

-Minstens twee weken geen
slechte momenten meer

-Energie voor 2

-Een positieve
ingesteldheid

-Een leuke job in het
vooruitzicht waar ik mezelf kan zijn

Hmm…

Het lijstje bekijken,
bezorgde me al instant paniekaanvallen…

Slechte momenten… wat is
“slecht” precies? Iedereen loopt wel eens vermoeid of slechtgezind, toch?

Heb ik ooit energie gehad
voor 2? Hoeveel zou energie voor 1 precies zijn?

En dan die positieve
ingesteldheid… Elke dag opnieuw “happy, happy, joy, joy”? Echt? Zelfs als er
iets banaals fout gaat?

Bovendien had ik ook
besloten om geen leuke te job te zoeken, maar te creëren. Ik zou ontslag nemen
en mijn eigen coachpraktijk opstarten.
Daar zou ik helemaal mezelf kunnen zijn… maar tegelijk de volledige
verantwoordelijkheid dragen voor mijn zaak… Nog een paniekaanval…

Nee, dat lijstje werkte
niet.

In plaats van me
duidelijkheid en zekerheid te brengen, bracht het enkel twijfel en angst.

Als ik aan al mijn
criteria zou moeten voldoen, zou ik mijn doel nooit bereiken… dus ik raapte
mijn moed samen en liet alle criteria los. Zomaar ineens… Tijdens een
oefensessie van de coachopleiding die ik volgde, stopte ik tijdens een
visualisatie-oefening al mijn eisen en verwachtingen in een ballon en liet hem
gaan. (met dank aan mijn medestudenten voor de ondersteuning en begeleiding)

Hoe wist ik dat ik klaar
was om terug aan de slag te gaan?

Simpel… ik “wist” het
niet.

Ik bekeek telkens wat
mijn volgende stap kon zijn en probeerde die te zetten. Ik had geleerd om de
stress-signalen van mijn lichaam goed op te pikken en kon snel bijsturen als de
stap te groot was.

Ik legde mijn lat ook
steeds lager door eerst het perfectie-niveau te omschrijven en er dan 20% af te
doen. En dan nog eens 10%. Tot het haalbaar werd.

Perfectie bestaat niet,
het is een beeld dat we gevormd hebben in ons hoofd. Perfectie is een kwestie
van interpretatie. Niet perfect werd goed genoeg…

Zo kwam ineens het
moment, eind maart 2016, dat ik ontslag nam en mijn eigen zaak opstartte.

Ik heb nog steeds mindere
momenten, loop wel eens vermoeid of slechtgezind en vecht met de regelmaat van
de klok tegen de paniek als ik besef hoeveel verantwoordelijkheid ik draag. Ik
ga wel eens tegen de vlakte, maar ik kruip elke keer weer recht.

Ik vind het prima zo.

Niet perfect is goed
genoeg…

Vinderhoute, 24/06/2016

Fase 3: Moment van de waarheid

In mijn vorige artikels beschreef ik de eerste fases van mijn burn-out na die finale crash in april 2015. Niemandsland, comateuze toestand, uitputting, angst, ongeduld,
schuldgevoel, ups & downs,…
Hoe zwaar het toen ook geweest is, vandaag kan ik zeggen dat die burn-out het beste is wat me kon overkomen.

Wie op dit moment door een burn-out gaat (al dan niet bewust), gelooft dat waarschijnlijk niet.
Begrijpelijk.

Hoe ben ik zover geraakt dat ik die donkere periode als een zegen zie?
Dat ik mensen die me zo hard hebben geraakt, toch dankbaar ben?
Dat ik me nu een ander mens voel dan pakweg een jaar geleden?

Daarvoor moet ik wat meer vertellen over fase 3, de fase van de inzichten en de ontdekkingen. Nadat ik fysiek en emotioneel weer wat op mijn plooi begon te komen, ging ik op zoek naar wat er nu eigenlijk aan de basis lag van mijn burn-out.
Eerst passeerde mijn vroegere baas de revue. Haar lijstje met fouten had ik snel klaar. Heerlijk toch om een slachtoffer te zijn van andermans incompetentie. Of toch niet?

Door een slachtoffer te zijn, ontnam ik mezelf alle controle over mijn situatie uit het verleden maar evenzeer over het heden en de toekomst. Aangezien ik een nieuwe
start wilde nemen, moest ik een manier vinden om het verleden achter mij te laten zodat ik zelf de touwtjes weer in handen zou kunnen nemen. Makkelijker gezegd dan
gedaan. Hoe begin je daar in godsnaam aan?

Ik vond heel wat antwoorden in de verschillende opleidingen die ik volgde rond coaching en burn-out. Alles wat je daar leert, pas je eerst en vooral toe op jezelf. Best heftig, want van jezelf kan je niet blijven weglopen. Tijdens de vele sessies
ontdekte ik wie ik écht ben, niet wie ik al die jaren probeerde te zijn. Zo vaak had ik geprobeerd om te voldoen aan de maatstaven van anderen. Ik wilde zo graag gezien en
geapprecieerd worden dat ik een rol speelde die me niet lag en die ik dus ook niet kon volhouden. Ik was een rasechte pleaser. Alles om applaus te krijgen, om geapprecieerd te worden, om het gevoel te hebben belangrijk te zijn. Het had me ver gebracht…

Ik besliste om geen rolletjes meer te spelen, maar om trouw te blijven aan wie ik ben en wat ik belangrijk vind. Authenticiteit werd nooit eerder zo bevattelijk. Dit inzicht en deze beslissing hadden best wel wat impact. Als ik zo graag authentiek wilde zijn, moest ik anderen ook het recht geven om zichzelf te zijn… ook mijn vroegere baas.

Misschien waren het geen fouten van haar op dat lijstje van mij? Misschien waren het verschillen in visie of persoonlijkheid waar ik me niet mee kon vereenzelvigen? Boos zijn was makkelijk, slachtoffer zijn ook, maar het had me in al die maanden niets opgeleverd. Ik maakte een nieuwe lijst, deze keer met dingen waar ik dankbaar voor kon zijn, dingen die ik had geleerd uit onze samenwerking. In plaats van klein en zwak,
kwam ik er nu sterker en wijzer uit. Ik heb geleerd om veel minder te oordelen over anderen en daarmee heb ik mezelf een groot cadeau gedaan. Hoeveel energie heb ik niet verspild door een oordeel te vellen over iets of iemand? Een oordeel dat nooit helemaal juist kon zijn en waar ik degene was die er elke keer last van had. En waarvoor? De coachingopleiding leerde me te luisteren om te begrijpen, niet om te overtuigen of mijn oordeel te bevestigen. Probeer het eens en zie waar het je brengt.

Dit proces van mezelf leren kennen en er dan ook een constructieve draai aan geven, is nog steeds bezig en ik hoop van harte dat het nooit stopt.

Vinderhoute, 02/06/2016

Fase 2: back to reality

Na Niemandsland, waar ik zo’n 10 weken verbleef, brak een nieuwe fase aan.

Stilletjes aan begon de zon weer te schijnen in mijn wereld en deed mijn brein al eens een inspanning om uit die winterslaap te ontwaken. Alle cognitieve functies die het in
Niemandsland hadden laten afweten, begonnen stilaan terug te keren.
Ik kon al eens een babbeltje slaan en achteraf ook echt nog weten waarover we hadden gepraat. Ik kon al eens iets plannen en me daar ook aan houden. (heel fijn voor mijn omgeving!)

Buitenkomen begon me opnieuw deugd te doen ipv angst aan te jagen. Uren heb ik doorgebracht in mijn tuin tussen het onkruid of op de fiets naar Gent centrum om een ijsje te gaan eten.

De uitsluitend donkere dagen maakten plaats voor mooie, ontspannende momenten. Eindelijk terug naar de bewoonde wereld, back to reality!

“Oef, het komt weer goed”, hoor ik je denken.

Ik dacht dat ook… maar ik had geen geduld. De rat race waar ik zo lang deel van uitgemaakt had, zat duidelijk nog in mijn systeem. I want it all and I want it now!

Maar zo werkt dat dus niet…

Elke keer ik méér wilde doen, liep ik met mijn hoofd tegen de muur. De vermoeidheid, de angst en de concentratieproblemen staken bij het minste opnieuw de kop op. Aangezien mijn brein weer actief was, besefte ik nu heel goed wat er gaande was en welke weg ik nog zou moeten afleggen. Die comateuze toestand bleek dus eigenlijk nog wel een voordeel te hebben, want echt vrolijk werd ik niet van dit besef.

Hier leerde ik een belangrijke les: gras groeit niet sneller door er aan te trekken. Geloof me, ik heb het geprobeerd!

Naast het ongeduld, kwam er nog ongevraagd bezoek opdagen: schuldgevoel.
“Ik ben niet ziek… maar toch functioneer ik niet. Niemand gaat dat begrijpen.”
Hoewel mijn kinderen voor heel wat plezier zorgden, kon ik het echter nog steeds niet aan om voltijds voor hen te zorgen. Mijn bengeltjes hadden heel veel energie nodig van mij, maar die had ik nog niet… Ik voelde me gefaald als mama.
Ook tegenover mijn (ex-)medewerkers voelde ik me immens schuldig. Ik had hen achtergelaten in wat voor mij toen nog voelde als het hol van de leeuw. Wie zou er voor hen zorgen? Moet ik niet terugkeren?

Ik kreeg ook steeds meer de vraag: “En wat ga je nu doen?”
Oei… daar moest ik dus een antwoord op hebben… hm…
“Ik ga nu de was opplooien en dan zie ik wel weer… is dat voldoende? Nee, zeker?”
Het was pas toen ik kon aanvaarden dat ik aan burn-out leed en tijd zou nodig hebben om te herstellen, dat ik dit schuldgevoel grotendeels kon loslaten.

De zonnige dagen smaakten naar meer, maar het was pas lente… Ik moest rustig afwachten tot het zomer zou worden en intussen zoveel mogelijk genieten van wat de lente te bieden had…

Vinderhoute, 12/05/2016